|
COLUMN |
![]() |
|
PLURIFORME SAMENLEVING |
|
|
4 november 2003 - Het "multicultureel manifest" (Trouw, 1-11-2003) is mij uit het hart gegrepen. Sinds ik mij tot de islam heb bekeerd en veel met allochtone Nederlanders in aanraking kom ben ik anders tegen de veelgeroemde Nederlandse tolerantie aan gaan kijken. Er is eerder sprake van schijntolerantie; we accepteren afwijkend gedrag zolang we er geen last van hebben. We zijn echter niet bereid vertrouwde patronen in te ruilen voor een nieuw, onbekend avontuur, het avontuur van het opnieuw formuleren van gemeenschappelijke waarden en normen om recht te doen aan de realiteit van een pluriforme samenleving. Ik maak mij al geruime tijd ernstige zorgen over de richting die het allochtonendebat neemt en over het huidige regeringsbeleid dat daar een afspiegeling van is. Veel critici van een pluriforme samenleving trappen in de valkuil dat zij een hele groep beoordelen op de slechte daden van enkelen. De islam van ongeletterde boeren en criminelen wordt tot norm verheven om vervolgens te zeggen dat hun religie de bron van alle kwaad is. Van mensen die het woord islam nauwelijks kunnen lezen kan je echter geen zinnige koraninterpretatie verwachten. Zij zijn afhankelijk van imaams die helaas ook niet zijn voorbereid op de problemen die het leven in een samenleving waarin godsdienst nog slechts een marginale rol speelt met zich meebrengt. Op uit islamitische landen gevluchte intellectuelen en hoogopgeleide tweede en derde generatie allochtonen heeft niemand wat aan te merken, maar hun opvattingen worden nauwelijks bij het debat betrokken. Als we het over moslims hebben mogen we niet uit het oog verliezen dat christelijk-humanistische waarden als naastenliefde, solidariteit met de zwakken, recht op privacy en vrije meningsuiting, verbod op discriminatie etc. prominent in de Koran en de leringen van de Profeet aanwezig zijn. Natuurlijk zijn er verschillen, maar die zijn marginaal en komen vaak voort uit lokale tradities. Ik wil de problemen met groepen allochtonen niet bagatelliseren. Maar zoek de oplossing niet in het stigmatiseren van een hele groep. Pak excessen aan en ontwikkel als dat nodig is een aanpak die aansluit bij de culturele achtergrond van een specifieke groep. De bestaande aanpak werkt vaak niet bij mensen met een andere culturele bagage omdat ze op een andere manier denken en reageren dan wij gewend zijn. Waak er echter voor dat de problemen uitsluitend bij Marokkaanse jongeren en Turkse WAO-ers worden gelegd. Onderzoek ook het waarom van ongewenst gedrag. Veelal ligt de bron in hun sociaal-culturele achterstandspositie of is het een reactie op stigmatisering in het publieke debat en discriminatie op de arbeidsmarkt. Doe bovendien niet net alsof er geen diepgaand onderzoek naar het wel en wee op islamitische scholen is geweest. Alsnog pleiten voor een hardere aanpak, strengere voorwaarden of zelfs het blokkeren van nieuwe islamitische scholen getuigt van minachting voor zowel de Onderwijsinspectie als ouders die gebruik maken van hun grondwettelijke vrijheid een school te kiezen die bij hun levensovertuiging past. Ik vrees echter dat het huidige klimaat leidt tot uitsluiting van diegenen die niet in de Nederlandse seculiere cultuur willen opgaan. Doordat de tegenstellingen tussen wij en zij benadrukt worden wenden allochtonen zich van de samenleving af en wordt het onbegrip tussen oude en nieuwe Nederlanders steeds groter. Nog meer aandacht voor de Tweede Wereldoorlog zal dat niet kunnen voorkomen. Zonder evenredige aandacht voor de nog steeds voelbare verwoestingen die het kolonialisme heeft aangericht en voor de catastrofe die zich sinds 1948 in het Midden Oosten voltrekt ervaren jongeren met een islamitische achtergrond de aandacht voor het Joodse leed als krokodillentranen. Met angst in het hart vraag ik mij af wanneer wij een tweede 'Kristallnacht' zullen beleven. |
|
Muhammad Yahya © 2003