|
En God maakte de wind
dienstbaar aan Salomo. Hij maakte een reis van een maand in de ochtend en
een reis van een maand in de avond. En God gaf hem een bron van gesmolten
koper. En er waren geesten die voor hem werkten met toestemming van hun
Heer. En wie de Heer niet gehoorzaamde, liet Hij proeven van de straf van
het vuur. Zij maakten voor Salomo wat hij maar wilde: synagogen,
standbeelden, enorme drinkschalen en geweldige ketels.
En God onderwees David en
Salomo en zij zeiden: God is geprezen, Hij heeft ons uitgekozen uit Zijn
dienaren. En Salomo was de erfgenaam van David en hij zei: O mensen, God
heeft mij de taal van de vogels geleerd en Hij heeft mij alles gegeven. God
is mij welgezind.
En
de legers van geesten en mensen en vogels werden bij Salomo gebracht en ze
vertrokken in groepen. Toen ze bij de vallei van het mierenvolk kwamen, riep
een mier tegen de anderen: Verstop je in jullie holen voordat ze jullie
vertrappen zonder dat zij het merken!
En Salomo glimlachte
verbaasd over die waarschuwing en hij zei: Mijn Heer, laat mij dankbaar zijn
voor de gunsten die U mij en mijn ouders hebt geschonken, en dat ik het
goede mag doen zoals U wilt, en laat mij behoren bij de mensen die goed
doen.
En hij bekeek de vogels
en zei: Waarom zie ik de hop niet? Behoort hij soms tot de afwezigen? Ik zal
hem zeker zwaar straffen of hem misschien wel doodslaan, tenzij hij een
goede reden heeft.
Het
duurde niet lang voordat de hop kwam, en hij zei: Ik ben iets te weten
gekomen dat jij niet wist en ik breng je nieuws uit Saba. Ik zag daar een
koningin die alles heeft en op een machtige troon zit. Ik zag dat zij en
haar volk de zon aanbidden en de duivel laat hen denken dat ze iets goeds
doen, maar hij leidde hen van de juiste weg af zodat ze niet God aanbidden,
Die zichtbaar maakt wat verborgen is in de hemelen en op aarde. En Hij weet
wat jullie verborgen houden en wat jullie openlijk doen. God, er is niemand
behalve Hij, de Heer van de machtige troon.
Salomo zei: We zullen
zien of jij de waarheid spreekt of dat je een leugenaar bent. Neem deze
brief en breng die naar haar toe. Wacht daar om te zien hoe zij reageert. |
De koningin van Saba
zei: Raadsheren, er is mij een belangrijke brief gebracht. Hij komt van
koning Salomo en is geschreven in de naam van God, de barmhartige, de
genadevolle. Er staat: kom niet tegen mij in opstand, maar kom bij mij
als gelovigen. Zij zei: O raadsheren, zeg mij wat ik moet doen. Ik
beslis niets zonder naar jullie te luisteren. Zij zeiden: Wij zijn sterk
en moedig, maar u hebt het bevel, dus wij wachten af wat u ons beveelt.
Koningin Bilqis zei:
Als koningen een stad binnentrekken, vernietigen zij haar en onderwerpen
haar inwoners. Zo doen koningen dat. Waarlijk, ik zal hem een geschenk
sturen en afwachten met welk antwoord mijn boodschappers terugkeren.
En toen zij bij
Salomo kwamen, zei die: Wat? Willen jullie mij tevreden stellen met een
geschenk, terwijl wat God mij heeft gegeven beter is dan wat Hij jullie
heeft gegeven? Ga maar terug. Wij zullen met een leger komen dat jullie
niet kunnen verslaan en wij zullen jullie verdrijven.
Hij
zei tegen zijn bevelhebbers: Wie van jullie kan mij haar troon brengen
voordat zij onderworpen tot mij komt? Een dappere onder de geesten zij:
Ik zal hem brengen voordat jij van je plaats gekomen bent, want ik ben
sterk en betrouwbaar. Maar iemand die kennis van het Boek had zei: Ik
zal hem je brengen in een oogwenk.
Toen hij hem naast
zich zag staan, zei Salomo: Dit is een gunst van mijn Heer, die mij op
de proef wil stellen of ik dankbaar of ondankbaar ben. Hij zei: Maak
haar troon onherkenbaar voor haar om te zien of zij de juiste weg volgt
of dat zij is afgedwaald.
Toen zij nu bij
Salomo kwam, vroeg hij haar: Is jouw troon zoals deze? Zij zei: Het is
alsof het dezelfde is. Salomo zei: De kennis was ons eerder gegeven dan
haar en wij hebben ons overgegeven. Zij werd verblind door wat zij naast
God aanbad, ze behoorde tot een ondankbaar volk.
Salomo zei tegen
haar: Kom in mijn paleis. Toen zij het zag, dacht zij dat het een vijver
was en ontblootte haar voeten. Salomo zei: Het is een paviljoen van
glas. Toen zij Bilqis: Waarlijk, ik heb mijzelf onrecht aangedaan en ik
onderwerp mij met Salomo aan God, de Heer der werelden. |